| joris's profilestella-en-jorisfietsenPhotosBlog | Help |
|
October 24 Lijing- YangzhuoNi Hao,
Laatste update van ons avontuur vanuit China. Het zit er bijna op, 14 maanden zwerven over de wereld. De laatste drie maanden China, waardoor we bijna vergeten dat we daarvoor 17 andere landen hebben gezien... De afgelopen weken zijn we langzaam aan steeds verder richting Hongkong getrokken, zowel te fiets als per trein. Nu zijn we in Yangshuo, in het Karstgebergte (voor de Peking Express kijkers mogelijk bekend als het gebied met de Moonhill).
We zijn hier al een weekje vakantie aan het vieren (vakantie in een reis, heerlijk!). Met name het afgelopen jaar weer de revue laten passeren: Groningen, Deventer, Metz, Zurich, Florence, Rome, Thessaloniki, Istanbul, Cairo, Luxor, Dahab, Petra, Damascus, Aleppo, Cappadoccie, Teheran, Esfahan, Mashhad, Ashgabat, Bukhara, Samarkand, Tashkent, Dushanbe, Kashgar... en nu dus al weer drie maanden China... Jeemig, was dat allemaal deze reis? Ongelooflijk! We hebben tijd nodig om alles te laten bezinken. Daarom is het goed om weer naar Nederland te gaan. Het fietsreizen wordt een way of living, je weet niet beter meer dan 's ochtends je spulletjes weer bij elkaar te pakken en weer door te gaan. Voor ons raakte de verwondering een beetje op. Weer een berg, weer een klooster. De wereld blijft nog even prachtig, maar je hebt er minder oog meer voor. Waarschijnlijk heeft het er alles mee te maken dat we Hongkong vantevoren als einddoel hadden gesteld. Het is gelukt, het is klaar en zo voelt het nu ook. Terug naar Nederland om ons er daar van bewust te worden wat het precies betekent heeft voor ons, dit afgelopen jaar, 16187km op fietse.
En dan in Nederland weer op naar nieuwe uitdagingen! En daarnaast terugvinden van het vertrouwde. Man, wat hebben we lang niet kunnen bijpraten met familie en vrienden, echt bijpraten. Want ook jullie levens hebben het afgelopen jaar niet stil gestaan: nieuwe huizen, nieuwe banen, verlovings- en trouwringen en zelfs een nieuwe wereldburger, de kleine Pien! We kijken er naar uit om jullie allemaal weer te zien en hopelijk de draad weer te kunnen oppakken.
Vanavond vertrekken we met een nachtbus naar Shenzhen, dat ligt op de grens met Hongkong. Vandaaruit zullen we Hongkong verder infietsen naar Kowloon. Lekker nog een weekje Hongkong en Macau bekijken. Souvenirs kopen (het kan eindelijk!). Aanstaande zaterdag komt Hilbrand met een kameraad om ons nog een week te vergezellen om gezamenlijk de terugreis te aanvaarden.
Het gaat nu echt snel, een lach en een traan, dubbele gevoelens alom. Fietsreizen blijft de beste manier van reizen, zo een met de wereld om je heen. Je ergens thuis voelen is de andere kant van de medaille. Onderweg en thuis, hoe dat het beste te combineren? Er is zoveel te zien in de wereld en daarnaast is het zo heerlijk om je te wentelen in het vertrouwde van thuis. Maar zien hoe de aanpassing gaat. Tot over anderhalve week!
September 24 Chengdu- LijangNi hao!
Vanuit Chengdu weer hoog de bergen in, via Kanding naar Litang en weer naar beneden via Xiangcheng en Zongdian (Shangri la) naar Lijang. Prachtige passen van boven de 4500m en veel zware modderwegen. We zaten zelfs weer midden in de sneeuw en dat na dagen zweten in temperaturen boven de 30! Veel yaks, veel kamperen en veel vriendelijke Tibetanen. De foto's zeggen genoeg over de schoonheid van de route en onze puffende gezichten over de inspanningen.
Na een prachtige, maar uiterst zware laatste bergetappe van het Tibetaanse plateau af via de Tiger Leaping Gorge over de Yangtze Kiang (klauteren via geitenpaadjes, sleuren met fietsen en bagage, loodzwaar!) naar Lijang hebben we afgelopen vrijdag daar Joors ouders na ruim een jaar weer in de armen kunnen sluiten! Na een monstertocht van 8 uur en 90 kilometer (bergop en af en kinderkopjes...) arriveerden we om half negen savonds in het donker in de stad alwaar Joor de stem van zijn moeder uit duizenden herkende en zij ons op de straat aankomend snel spotte. Het weerzien was direct weer zo vertrouwd, alsof je elkaar vorige week nog hebt gezien, grappig hoe dat werkt. Deze week houden we een luierweekje met de ouders. Bijkletsen, lekker eten en een beetje rondkijken in Lijang. Joors ouders zijn hier al eens eerder geweest en hebben speciaal voor ons deze tussenstop gemaakt op hun doorreis naar Australie. Zij hoeven dus ook geen wild sightseeing programma, we zijn allen toe aan relaxen. We genieten van elkaars aanwezigheid en hebben zo lekker de tijd om alle verhalen uit te wisselen.
Terwijl wij dus nog steeds van het avontuur aan het genieten zijn, zit voor de meesten van jullie de vakantie er al lang weer op en zit je alweer midden in de hectiek van werk en het normale leven... Nou nog eventjes voor ons, want over 6 weken staan ook wij weer met vaste voet op Nederlandse bodem! Zaterdag 4 november zit de reis er op... Met gemengde gevoelens hebben we onze tickets geboekt. Fantaseren over hoe het weer zou zijn om thuis in Nederland te zijn deden we steeds meer de afgelopen weken naarmate we meer en meer ons oorspronkelijke einddoel Hongkong naderden. "Of zullen we toch nog door via Laos naar Thailand en dan via Bangkok terug?" Maar de reismoeheid is toegeslagen, de verwondering en zucht naar het nieuwe is afgenomen en het lijkt voor nu even goed zo. Hongkong zal dus de eindbestemming van dit avontuur zijn, min of meer zoals we dat vantevoren hadden bedacht.
Maar... als dan eenmaal de datum vast staat om terug te keren besef je dat het dan echt klaar zal zijn: een waanzinnig jaar, waarin we zoveel hebben gezien, gedaan, bijzondere ontmoetingen, spannende dingen, prachtige plekjes, ontroerende momenten, zoveel geleerd. Een avontuur om nog jaren op te teren. Hoe zal het zijn in Nederland, willen we dan niet heel snel weer op reis? We zullen het moeten gaan ervaren. Dit wat we nu hebben gedaan neemt niemand ons meer af. De komende zes weken begeven we ons zoetjes aan naar Honkong, helemaal fietsen zal niet lukken, daarvoor is de afstand te groot. Langzaam afscheid nemen en voorbereiden op thuis. August 29 Kashgar- ChengduWe zijn alweer een maand in China en hebben jullie nog nauwelijks van onze avonturen verteld. We hebben inmiddels alweer 1000km gefietst en zitten momenteel in Chengdu, Sichuan provincie. Vanuit Kashgar hebben we de trein genomen via Urumqi naar Lanzhou, in Gansu provincie. Hiermee hebben we de Taklamakanwoestijn volledig gelaten voor wat ie is. Vanuit de trein hebben we goed kunnen zien wat we gemist hebben en zijn we blij dat we er niet voor gekozen hebben om die 3000km droogte te fietsen, het beeld dat we savonds zagen voordat we gingen slapen was de volgende ochtend nog precies hetzelfde, uitgestrektheid, zand, leegte, droogte.
De treinreis was ook een hele belevenis. Het is altijd gedoe om met de fiets en zoveel bagage relaxed de trein in te komen. De fietsen moesten in cargo op hoop van zegen dat we ze in Urumqi weer terug zouden zien. Samen met twee Chinezen deelden we een slaapwagon met twee stapelbedjes. De voorzieningen in de trein waren stukken beter dan de trein in Turkmenistan, dus de 24urige reis (die uitliep tot 26u) was vrij goed te doen. Samen met de Chinezen zijn we het eerste stuk al noodelend, slurpend en smakkend doorgekomen. Grappig fenomeen is dat, overal in China verkopen ze bakjes instant-noodles. In Nederland smaken die pakjes vrij saai, maar hier hebben ze ze in duizend smaken en gaan ze van kruidig tot mega-spicy met gedroogde groenten en hele worstjes gaan er in. Heet water is overal voorradig dus ook de bekers met groene theebladeren vullen ze keer op keer bij. Chinezen kennen een cultuur van eten, eten en nog meer eten, en dat past ons bijzonder goed na maanden op weinig geteerd te hebben. De nacht in de trein verloopt vrij rustig. De treinserveerster komt om 20u de gordijntjes dichtdoen en om 22u gaat het licht uit en binnen een kwartier ligt iedereen op een oor. Helaas hebben wij een snurker in onze coupe die ik herhaaldelijk om moet duwen zodat ie netjes op zn zij gaat liggen en rustiger wordt. Halverwege de middag bereiken we Urumqi, waar we nog twee uur overstaptijd hebben. De fietsen zijn netjes met de trein meegekomen, we eten snel wat verse noodles in een noodlehuis om vervolgens de fietsen weer in te checken klaar voor de volgende 25u naar Lanzhou. Het vervoer van de fietsen blijkt ineens dubbel zo duur of ze komen pas twee dagen later met een trein mee. Een Chinees die denkt dat ie Engels kan spreken probeert als tolk te fungeren, maar het wordt ons niet geheel duidelijk wat er nu gaat gebeuren. Wij staan er op dat de fietsen in dezelfde trein meegaan als wij reizen. Uiteindelijk betalen we ongeveer het tarief dat we eerder voor de fietsen ook hebben betaald en geven ze weer op hoop van zegen af. Dan resten ons nog twintig minuten om naar de trein te rennen en met al onze tassen is dat geen pretje. Bezweet arriveren we in onze wagon, waar ze open coupes hebben met 6 bedden, 3 boven elkaar. Ons onderste bedje is al ingenomen door een zwetende Chinees die lekker zn schoenen heeft uitgedaan en heeft opgetrokken onder zn billen op de plek waar ik met mn hoofd moet liggen vannacht... Met gebaren maak ik duidelijk dat ik liever heb dat ie verkast en zonder protest klimt ie omhoog naar het derde bed (en die zijn echt wel hoog), dat is rustig opgelost. Dat hebben we wel anders gezien, Chinezen zijn erg heetgebakerd, maar veelal is voor ons het verschil ook moeilijk te zien of ze gewoon een geanimeerd gesprek aan het voeren zijn of dat ze zwaar pissed zijn opelkaar, beide gesprekken gaan gepaard met luide stem en heftige handgebaren. Met ons hebben ze vaak minder geduld en als we iets niet begrijpen draaien ze zich van ons weg. Het is wel even wennen na al die Moslimgastvrijheid en vriendelijkheid die we hebben genoten de afgelopen 8 maanden. Chinezen zijn duidelijk een heel ander slag mens.
De hoeveelheid decibelen in de trein valt ons sowieso mee, waarschuwingen in reisgidsen en van andere toeristen dat je oordoppen mee moet brengen blijken volledig overbodig. Ook nu komt er weer een treindame die de gordijntjes dicht doet en net als de nacht er voor gaat het licht uit om 22u en slapen we allen een kwartier daarna. Helaas heeft de treindame nu dwangmatiger orders, want om half 8 komt ze de gordijntjes weer open doen "opstaan", terwijl ik nog lekker lig te doezelen en nog niet toe ben aan zoveel daglicht, "rot op!". Ze vindt me maar dwars als ik de gordijntjes weer dichttrek. Joor en ik vinden haar een verpleegster, dadelijk komt ze iedereen ook nog temperaturen... sMiddags volgt nog een dergelijk tafereel waarbij de treindame weer de gordijntjes dicht wil doen, terwijl wij naar buiten zitten te kijken. Moeten we een verplicht middagslaapje ofzo? Zij doet ze dicht, en wij trekken ze weer open, waarna zij ze weer dicht doet en wij ze weer open. We komen er niet helemaal uit en radeloos gaat ze bij de coupe naast ons vragen wat 'dicht' is in het Engels, we horen haar vervolgens "close" mompelen, maar ze laat ons dwarse toeristen maar even voor wat we zijn. Tien minuten later komt ze er weer heel snel aan en trekt gauw de gordijnen weer dicht... We wachten tot ze uit zicht is om ze weer open te trekken. We lachen er samen hartelijk om en begrijpen nog steeds niet what all the fuss was about.
Wonder boven wonder staan onze fietsen netjes op het perron als we uitstappen in Lanzhou, na uitwisseling van wat papieren en nog wat extra geld mogen we ze meenemen. Tegenover het station checken we in in een hotel om goed bij te slapen om de volgende dag onze reis weer vertrouwd op fietse te vervolgen.
Van Lanzhou gaat de weg omhoog richting het Tibetaans plateau dat ligt rond de 3000m. Onze eerste stop is in Xiahe, waar zich het grootste Tibetaanse klooster buiten Tibet bevindt. Overal monniken in mooie rode gewaden, hip met mobieltjes aan hun oor en chattend en gamend in internetcafes. Ook hier is de tijd niet stil blijven staan. We draaien aan de gebedswielen en vanaf de heuvels genieten we van het uitzicht op de prachtige tempels en alle bedrijvigheid daar om heen.
De Tibetanen zijn weer een stuk vriendelijker dan de Han-chinezen. Han-chinezen zijn net als Europeanen, indiviualisten, druk met hun eigen ding. Wat interactie natuurlijk lastig maakt is dat we geen Chinees of Tibetaans spreken. Gewapend met ons Mandarijn-woordenboekje komen we nog steeds niet ver, omdat er vier verschillende manieren zijn om een woordgroep uit te spreken en woorden vaak opgebouwd zijn uit meerdere woordgroepen. Joor begint er al niet eens meer aan.
We dachten dat we in Tajikistan veel yaks hadden gezien, maar het aantal hier in China overtreft elke verwachting. Enorme kuddes tegen de heuvels omhoog, prachtige langharige zwarte en zwart met witten yaks, maar ook halfbloed yak-koeien en ook gewone harige koeien. In Langmusi eten we yakburger! En Joor is de volgende dag aan de diarree...
Overal tenten van de nomaden, maar niet zoals de yurts in Tajikistan, meer witte katoenen tenten (met een salamander van de Vrijbuiter kun je hier overal wildkamperen zonder dat het opvalt!). Onze tent valt helaas wel op en als we ontdekt zijn dan heb je er je handen vol aan. Chinezen zijn aanrakerig! Overal moet in geknepen worden, gevoeld, geaaid, gedraaid, om gek van te worden. Mn spiegel hangt aan zn laatste draadje en ook al zit er een laag plakband omheen, het belet de omstanders er niet van om hem even lekker op en neer te bewegen, "grrr". Ze snappen zowiezo niet waarom je een spiegel op je fiets hebt, daar zal ik zo nog op terugkomen. Aan de schakelhandels zitten is trouwens ook favoriet, als je even niet oplet staat de fiets weer in zn kleinste verzet voor en op de zwaartse achter... Niet alleen de fietsen zijn interessant, zo'n hightech tent is natuurlijk ook fantastisch en als ik sochtends niet snel genoeg uit de tent ben dan wordt ie vast voor me open geritst...
Het verkeer in China... We leven nog... Serieus, het verkeer in China is verschrikkelijk! Er is nog geen land waar we het zo erg hebben meegemaakt als hier. De Chinezen zijn beesten op de weg, van het meest egoistische soort. Zowel de voetgangers, fietsers, brommers, scooters, electrische fietsen en scooters, driewielers, auto's, kleine busjes, kleine trucks en monsters van vrachtwagens, allemaal kunnen ze NIET rijden! Ze kennen geen positie op de weg, ze knallen van links naar rechts en draaien de weg op zonder te kijken. En alles gaat gepaard met OORVERDOVEND getoeter. Chinezen kijken met hun oren dus als ze niks horen komt er niks aan en steken ze over, volgens mij is de helft al doof van al het getoeter en zijn ze daardoor inmiddels suicidaal geworden. Over het Tibetaanse plateau viel het gelukkig mee met het verkeer, omdat er overal aan de weg werd gewerkt (ook zo'n mooi verschijnsel, de ijverigheid waarmee duizenden mensen op zo veel verschillende plekken aan de weg aan het werken zijn, booming China! ik kan niet anders zeggen). De weg was dan ook op meerdere plekken afgezet, auto's en bussen worden omgeleid, maar fietsers en motors mogen er gelukkig wel langs. Dit betekent dat we de weg vaak voor onszelf hebben. Helaas houdt dit op daar waar de weg prachtig geasfalteerd is en zoeven de touringcars ons om de oren. In de slangenbochten door de bergen halen ze ons zonder blikken of blozen in, of ze nu wel of niet kunnen zien wat er om de hoek aan komt. We worden bijna van de weg gereden en remmend botsen we bijna tegen elkaar op, met de schrik komen we vrij. Even later volgt er weer een dergelijk incident, een auto geparkeerd net na de bocht (ze stoppen overal, omdat ze moe zijn of moeten pissen of om wat dan ook en doen dat dan ook gewoon daar waar ze op dat moment zijn en gaan niet op zoek naar een geschikte plek) en een grote truck die achter ons luid toeterend door de bocht komt "toet toet, aan de kant ik kom er aan, ik weet niet wat ik doe, dus pas maar op!, toet toet", Joor is al half naast de auto en ik kom achter hem aan en die domme truck blijft maar toeteren, we manen hem tot remmen, om achter ons te blijven. Hij blijft maar toeteren en dan knapt er iets in mij. Woedend zet ik de fiets midden op de weg naast de geparkeerde auto zodat de truck wel moet stoppen. Briesend loop ik op de chauffeur af om hem volledig de huid vol te schelden (so much for stressmanagement hahaha). Ik sla op zn motorkap. Joor kijkt vanaf een afstandje glimlachend toe. De chauffeur blikt of bloost niet. Ach, het had ook niet zoveel zin, maar ik heb even stoom af kunnen blazen. Godsamme, wat een verkeer! De helmen gaan weer op, even bijkomen van de frustratie, de zen weer vinden hahaha, en we vervolgen onze weg continue op onze hoede. Vanaf Chengdu zullen we op zoek gaan naar kleine, rustige wegen, maar of die er zijn in China?
Vandaag zijn we naar een panda breeding center geweest. Prachtige beren: volwassen beren, cubs, een aantal van drie jaar oud en heuse pandababies, twee weken geleden geboren, nog in de couveuse. Zo schattig! Hier in China zijn er in het wild nog maar iets van 1500 pandaberen. Je komt ze dan ook niet tegen, ze zitten hoog in de bergen, verstopt in de jungle (tussen de bamboe). Zwaarbedreigde diersoort. Naast de zwart-witte panda hebben ze ook de rode pandabeer in het centrum. De rode pandabeer ziet er uit als een wasbeertje, maar dan rood. Ook een mooi beestje. Helaas een boel toeristen om er naar te kijken, en ondanks de borden dat de beren van rust houden kunnen Chinezen het niet laten om naar ze te fluiten en te roepen...
China is qua landschap tot nu toe zeer afwisselend en wat dat betreft kijken we ons de ogen uit, het regent hier helaas meer dan we in de afgelopen elf maanden bijelkaar hebben gehad. De temperaturen varieren van prettig en koel, zonnig, naar bloedheet en in hier in Chengdu is de vochtigheidsgraad maximaal, je zweet zonder iets te doen. Wat de mensen betreft, het is zo anders dan al het andere dat we hebben gezien. Er zijn natuurlijk ook veel overeenkomsten, maar door de taalbarriere is het lastig om elkaar altijd te begrijpen, en lijken de Chinezen weinig geduld op te kunnen brengen voor niet Chinees-sprekenden. Het varieert van heel vriendelijk tot verschrikkelijk. Het is weer anders, dat maakt het reizen nog steeds erg boeiend. We gaan nog even door.
August 03 Kashgar, China!Salaam aleikum en ni hao! Waar een wil is is een weg en waar een weg is kun je fietsen! Beretrots kunnen wij jullie mededelen dat we na 11 maanden, ruim 13000km en 17 landen doorkruist te hebben, afgelopen vrijdag 28 juli 2006 China hebben bereikt! We zijn nu in Kashgar aan het bijkomen van veertien dagen non-stop fietsen van Khorog naar Kashgar. Tajikistan is in een woord spectaculair! Wat een bijzonder landschap, al die bergen en zo’n hoogvlakte op ruim 3500m. Woestijnachtig, maar met groene valleien, met bergriviertjes hier en daar, prachtige hemelsblauwe meren en sneeuw op de toppen van de omliggende bergen. Uitgestorven, eindeloze leegte. Zulke heftige kleuren, groen, blauw, bruin, oranje, rood, nauwelijks in foto’s te vangen. Van Khorog ging het in 150km van 2000m naar 4272m. Dit moet je rustig aan doen om hoogteziekte te voorkomen. Dus fietsen we twee etappes van 65km, om aan het einde van dag twee onderaan de pas te eindigen. Al vrij snel na Khorog zijn er nauwelijks meer dorpen. We hadden dan ook eten bij ons voor vijf dagen, niet precies wetende of er een mogelijkheid zou zijn om nog ergens wat te kopen. De meeste dorpen op de kaart zijn niet meer dan een paar huizen bij elkaar en met name na de pas op de hoogvlakte zijn veel nederzettingen verlaten. Het is natuurlijk ook uiterst lastig om op zulke hoogte te wonen, daar groeit geen boom meer en gewassen laten zich ook nauwelijks groeien. Het is er slechts een maand of drie aangenaam in temperatuur, na September zet de winter al weer in. Onder aanmoedigend gekrijs van de bergmarmotten klimmen we hoger en hoger richting de pas. Eigenlijk vanaf Khorog gaat de weg vrij geleidelijk omhoog, dus dat is goed te doen. De laatste tien kilometer zijn echter loodzwaar. Haarspeldbochten, de weg is weg: zand en keien, maar wat het het zwaarst maakt is de ijle lucht! Na elke tien meter happen we naar adem, ongelofelijk om te merken hoe dat werkt op grote hoogte. Volledig buiten adem, hijgend, als je iets te ver doorfietst dan je adem toereikend is heb je het gevoel alsof je stikt en beland je haast in een hyperventilatie. We doen het zeer rustig aan en als je jezelf de tijd geeft kom je uiteindelijk wel boven. Na de top dalen we nauwelijks af, omdat we dus op het Pamirplateau zijn aangekomen. Het is als een woestijn, maar de besneeuwde toppen om je heen zeggen wel dat dat het niet echt is. Daarbij is de temperatuur vrij aangenaam. Aan het eind van de dag bereiken we Sassiq Kul, een prachtig blauw meer, beetje brakkig water. We kamperen naast het meer en de muggen nemen ons dat in grote dank af. Wie verwacht nou dat die stomme beesten overleven onder zulke koude omstandigheden? Met de benen vol bulten duiken we snel ons tentje in. De volgende dag fietsen we door het enige echte dorpje dat tussen Khorog en Murgab inligt, Alichur. Bij het theehuis kunnen we gelukkig wat brood en eieren kopen. Water halen we uit bergriviertjes dat we vervolgens filteren. Op de hoogvlakte huizen in de zomertijd veel Kyrgizische nomaden in hun yurts (fantastische wind en waterdichte tenten). Hier en daar verspreid staan dan ook kleurige nederzettingen, met schapen, geiten, yaks en een enkele satellietschotel (!). Yaks zijn een soort grote, harige koeien. Deze lieve beesten geven melk waar de nomaden heerlijke yoghurt, boter en room van maken. Dag vijf rollen we s’ochtends op tijd Murgab binnen, met uitzicht op de 7000m hoge besneeuwde bergtoppen van China, wat zijn we al dichtbij! We checken op aanraden van twee eerder ontmoette fietsers in in de homestay van Ibrahim, omdat het eten daar errug goed zou zijn. Niets is minder waar, want aan het eind van de dag wacht ons een heus bord spaghetti Bolognese! Voor jullie in Nederland niks bijzonders, maar na weken met name vegetarisch en minimaal gegeten te hebben, smaakt dat rundvlees verdomde lekker! We eten onze buikjes rond. De politie belt al naar onze homestay dat we moeten komen registreren. No problem, onze papieren zijn in orde. Eerder hebben ze twee Fransen te pakken genomen, die een bepaalde registratie niet gedaan hadden en daarvoor boete van 250 euro (een jaarinkomen voor een Tajik!) moesten betalen. Ze hopen op meer zulke vangsten, maar helaas voor hen staan wij na 5 minuten weer buiten. We slapen een veels te warme nacht in de homestay; je raakt gewend aan de kou snachts in je tentje en dan is het binnen maar benauwd. De volgende ochtend na een heerlijk ontbijt van pannenkoeken rijden we via de bazaar om nog wat verse groente en brood in te slaan. De komende etappe van ongeveer een week zal ons ook weer door uiterst desolaat gebied voeren. Nu dus op naar de hoogste pas van de Pamirs, 4655m! De Kulmapas, de directe pas van Tajikistan naar China, is helaas voor toeristen nog steeds gesloten. Omrijden dus via Kyrgizie, de Irkhestampas naar China. Langzamerhand raken we gewend aan de hoogte, Stel heeft af en toe een beetje hoofdpijn, maar verder voelen we ons goed. Tot op vier kilometer voor de pas is de weg geasfalteerd en stijgt hij geleidelijk. Over de laatste 4km doen we weer een uur. Hijgend en blazend, maar o zo trots arriveren we boven. Als we boven zitten uit te puffen zien we twee stippen naderen. We dalen af en ontmoeten twee Amerikaanse fietsers. Zij maken ons attent op een aantal yurts waar je heerlijke yoghurt zou kunnen krijgen. Op hun aanraden, rollen we in de remmen meer dan een uur holderdebolder over vreselijk wasbord en keienzand naar de yurts. Gastvrij worden we binnengehaald. Vers brood, yoghurt, thee en room komt te voorschijn. Uitgehongerd als we zijn proppen we onze buikjes weer vol. Eten wordt haast een obsessie als er zo weinig te krijgen is en je bergen energie verbruikt. Kilo na kilo raken we kwijt, ik kan het wel hebben, Joors ribbetjes kunnen we tellen… De nomaden willen nauwelijks geld hebben voor deze heerlijke lunch, we betalen enkele somani en geven ze een deel van onze shampoo, zeep en lippenbalsem, luxe artikelen waar ze erg blij mee lijken te zijn. De laatste hobbel (4235m) naar de Tajikse en Kyrgizische grens is loodzwaar, omdat de wind met een kracht of 7 a 8 pal tegen staat, de weg meer dan beroerd is en steil omhoog gaat. Net na het middaguur komen we boven. Tajikistan uit is gelukkig zo gepiept, de officials zijn aan het lunchen en verwijzen ons naar de slagboomofficial voor een stempel. Weer een land door! We kamperen tussen de Tajikse- en Kyrgizische grens (zit 20km tussen). Halverwege zijn een paar huizen, waar de sneeuwruimers wonen. De kiddo’s willen wel graag op de foto en hun moeders voorzien ons van water (de meeste riviertjes op deze hoogte zijn helaas opgedroogd of roestbruin van de modder) en we kopen eieren en yoghurt. Een paar kilometer verder zetten we onze tent op. Donderdag 27 juli passeren we de Kyrgizische grens en dat stelt hier helemaal niks voor. We krijgen niet eens een stempel, geen tas hoeft open, we schudden een paar handen en we mogen door. De Chinese grens is in het weekend gesloten, dus we moeten zorgen dat we voor sluitingstijd vrijdag daar doorheen zijn, met het tijdsverschil van nog eens twee uur is het dus flink doorpezen. We maken er dan ook een lange dag van. Via Sary Tash, het enige dorpje op onze weg, gaat het via een wasbordweg naar de Chinese grens. Het begin is nog aardig, maar na dertig kilometer hobbelen gaat de lol er wel af en is het puur afzien. Pijnlijke rug, stekende schouders en zere polsen, maar we presteren het om toch 93km te fietsen, zodat ons nog een kleine dertig kilometer rest op vrijdag naar de Chinese grens. De volgende morgen is na enkele kilometers ineens het asfalt weer terug en rollen we op ons gemak naar de grens. Chaos bij de Kyrgizische grens, zoveel trucks die wachten op fiat om door te mogen (wat blijkbaar dagen in beslag kan nemen, omdat er overal eethuisjes zijn en etenswaar verkocht wordt). Wij manouvreren ons er tussen door. Even onrust, omdat we geen entrystamp hebben, maar dat komt blijkbaar wel vaker voor bij mensen die via die grens uit Tajikistan komen, dus wordt ons paspoort snel voorzien van een uitgangsstempel. Een korte blik in mijn voortassen en we mogen door. Een omgevallen truck, waarvan de lading over de hele weg verspreid ligt, verspert de weg tussen de grenzen, waardoor wij alleen er door kunnen met de fiets en verder niemand. Het is dan ook uiterst rustig bij de Chinese grens. We lachen wat, oefenen onze ingestudeerde Chinese woordjes en charmeren de officials. Eten mag je niet meenemen China in, maar dat hebben we diep in onze tassen verborgen. Als de official er om vraagt zeg ik onschuldig dat we brood bij ons hebben. Hij wil het ff zien en ik mag het vervolgens terugstoppen. No problem. Stempel hier, registratie daar en prompt staan we in China! Geld wisselen, langs de winkeltjes, noodles inslaan en eten in een Chinees theehuis. Dan vertrekken we voor de laatste 200km naar Kashgar. Enkele kilometers na de grens beseffen we dat we nu echt in China zijn en ons gestelde doel bereikt hebben! Een vreugdedansje volgt! Aan het eind van de middag zetten we ons tentje weer op en proberen de gsm of die weer bereik heeft. En wat schetst onze verbazing, hij doet het! Even Getij aan de lijn en Joor kan Kuuk officieel feliciteren met zn verjaardag! Zo bizar, zo’n plezier! Nederland zo ver weg en toch even heel dichtbij. Nog drie dagen fietsen we door en nu zitten we in Kashgar. We komen even weer volledig op adem. We genieten van het heerlijke Chinese eten, dat is na de Centraal Aziatische keuken wel een verademing zeg! Dit deel van China is verder nog wel heel Centraal Aziatisch qua bevolking, taal en religie (Moslim), alhoewel de Chinese regering erg zijn best doet om veel Han Chinezen hierheen te transporteren om de Uyghur bevolking die hier de meerderheid vormde en afscheiding wilde, verder in de minderheid te brengen. Net als met de Tibetanen in Tibet. Kashgar is een mix van oud en nieuw, waarbij het oude gedeelte steeds kleiner en vervangen wordt door moderne winkelcentra. Aanstaande zaterdag gaan we meer dan 48u met de trein van Kashgar via Urumqi naar Lanzhou, vanwaar wij onze reis verder op de fiets zullen vervolgen richting het zuiden. De Taklamakan-woestijn houden we zo voor gezien, geen droogte meer voor ons, we gaan op naar het groen… July 16 Update KhorogVan Dushanbe naar Khorog, op naar de Pamir bergen, prachtig, woest, ruige, hoge rotspartijen, via smalle weggetjes langs de bergwanden, door kleine dorpjes met veel groen. De eerste kilometers zijn nog wel erg warm, maar naarmate we hoger komen wordt ook de temperatuur aangenamer. De wegen blijven van zeer matige kwaliteit, wat maakt dat niet alleen bergop zwaar is, maar met name ook afdalen een proces is van continue in de remmen, schokken opvangen met je lichaam, zodat je schouder en rug branden aan het einde van de dag. Langs de weg zijn gelukkig veel theehuizen, zodat we hier en daar even op adem kunnen komen met thee, yoghurt en brood. We kamperen vaak op mensen hun land, soms is dat wat onrustig, veel kleine kids die het natuurlijk maar al te spannend vinden om te zien wat deze twee touristen aan het doen zijn. Joor geeft koken voor beginners in het Engels en Nederlands en ze kijken geboeid. Joor gaat daarna nog een potje met ze voetballen en het is dikke pret. Helaas eindigt de avond minder prettig. Als we willen gaan slapen horen we ineens weer allemaal kinderstemmetjes om de tent. Blijkbaar proberen ze onze aandacht te trekken. Er volgt een plof op de tent, een appel? Negeren, dan zullen ze wel weg gaan. Helaas... een grote plof volgt en voordat we kans zien om de tent uit te komen zijn de vogels gevlogen en blijven wij achter met een enorme scheur in de kont van de tent... Woest briesend loopt Joor naar het dichtsbijzijnde huis, waar een jongetje volledig ineengedoken zich achter z'n moeder verschuilt. "Ik heb het niet gedaan, jongens op de fiets". Het zal allemaal wel, maar wij zitten met de gebakken peren! Gelukkig zal het die nacht niet meer gaan regenen aan het weer te zien, dus morgen zullen we de schade wel proberen te herstellen. Een onrustige nacht volgt. De boosdoeners laten zich niet meer zien.
Beide hebben we een slechte nacht achter de rug en na 40km stoppen we bij een theehuis aan een meer. We mogen er kamperen en ik naai de tent zo goed en zo kwaad als dat gaat weer dicht. Ach en dan is dat leed ook weer geleden. En stappen we de volgende dag uitgerust weer op fietse om de pas van 3252m te trotseren. Net als de vorige pas is ook deze zeer zwaar, 30km omhoog, van sochtends 8u tot 14.30u om boven te komen, 41/2 uur fietsen. Maar eenmaal boven zijn we weer erg trots op onszelf en het uitzicht is magnifiek! Holdebolder naar beneden en kamperen aan de voet in een appelboomgaard.
Joor z'n verjaardag begint ie met overgeven en diarree, dus dat gaat lekker. Na 20km houden we het weer voor gezien en Joor gaat de rest van de dag plat. De dag erna is ie gelukkig weer wat opgeknapt en fietsen we langs de rivier, die de grens met Afghanistan vormt naar Khorog. Bizar, overal borden met waarschuwingen voor landmijnen, die daar nog liggen van de tijd van de Russen. Piesen en poepen langs de weg dus, en kamperen alleen in dorpen. Prachtige weg, langs de rotsen, aan de overkant kleine Afghaanse dorpen, daar hebben ze geen electriciteit, geen weg, er loopt een geitenpaadje over de rotsen. Het is alsof je in een tijdwarp beland bent, die mensen leven zoals wij in Nederland eeuwen geleden leefden, en dat in anno 2006! Een Tajikse man vertelt ons dat ze stiekem snachts de rivier wel oversteken. Dat kan ook niet anders, daar aan de Afghaanse kant is niks. In Tajikistan is het niet veel beter, maar er is wel electriciteit, en af en toe winkeltjes, en in de grotere plaatsen is dus zelfs internet, dus dat valt reuze mee. Tajikistan is arm. Veel werklozen, veel dronkenmannen, drugsgebruikers. Tajikistan levert 70% van de opium voor het westen. Hoog in de bergen tiert de papaver welig en de 3200km grens met Afghanistan vormt natuurlijk een mooi smokkelroute.
Tajikistan is in 1991 onafhankelijk geworden, de Russen hebben het land in een shit achtergelaten en de verschillende Tajikse stammen zijn om de macht gaan vechten zodat er in 1992 een burgeroorlog is uitgebroken die aan ruim 60.000 mensen het leven heeft gekost. Eind 1997 zijn ze tot een staakt het vuren gekomen. Hierna is de wederopbouw begonnen, maar dat gaat langzaam natuurlijk. In de kleine dorpen zien we borden van allerlei projecten gefinancierd en ondersteund door Europese geldschieters waaronder het Rode Kruis en de Novib. Tot 2002 was het voor toeristen te onveilig om het land te bezoeken, in Dushanbe luidde de avondklok. Nu is het vrijwel overal veilig (bij papavervelden staan we natuurlijk niet te lang stil).
Zoals trouwens in heel Centraal Azie is de meerderheid van de mensen hier Moslim (net als in het Midden Oosten dus) en dat blijkt uit de gastvrijheid en vriendelijkheid. Waar we ook kamperen, overal komen mensen ons eten brengen, ze willen zo graag voor ons zorgen. Het lijkt ze veel te koud dat we in die tent slapen... Zoveel verschillen, en dat allemaal in een wereld. Na tien en een halve maand blijven we ons verbazen. Bijzonder, het blijft bijzonder. Nog twee weken en dan China in... July 05 TajikistanUzbekistan zijn we doorgecrossed, erg warm, vlak land en niet zo heel bijzonder. Wel erg vriendelijke mensen die Uzbeken, helaas spreken ze nauwelijks anders dan Russisch en Uzbek... (op zich logisch natuurlijk, maar maakt het voor ons wel lastig). Vragen om kampeerplekjes (met handen en voeten) levert altijd mooi plekjes op en veelal ook thee en uitnodigingen voor avondeten of ontbijt. Het lijkt wel of we verwend raken, want regelmatig slaan we al die goeie bedoelingen af. Na een lange warme dag fietsen wil je eigenlijk het liefste op je gat zitten voor je tentje, snel een potje koken, douchen met een fles water en slapen. Eten bij de mensen thuis levert ook de nodige risico's op. De hygiene en de kwaliteit van het water zijn matig, en daar zijn onze darmen na tien maanden en bijna 12000 km nog steeds niet echt aan gewend geraakt... De taal vormt nadrukkelijk een barriere, we zijn toch aldoor vrij snel uitgepraat en dan wat schaapachtig lachen heb je snel gezien. De warmte en de saaiheid van het land maakten dat we wel wat uitgekeken raakten op Uzbekistan. We zijn met de bus en trein op en neer geweest naar Tashkent om onze visa voor China en Kyrgizie te regelen. De airco van de bus begaf het halverwege zodat ik op een fijne gele douche getrakteerd werd... Na drie stops en bijvullen van wat het ook was wat ze gingen bijvullen, dat er net zo hard weer uitliep zijn we opvergestapt op een andere bus om na 7u eindelijk in Tashkent te arriveren.
De militsia in de metro van Tashkent zijn erg irritant en hebben het met name op toeristen gemunt. Wij steken overal bovenuit dus voortdurend zijn we het bokje: paspoort, visa en of ze ff in je tas mogen kijken. Of je dan even mee komt naar een klein kamert met van die enge dikke stalen muren, daar zal het wel even gebeuren... Ik blijf steevast buiten staan en Joor loopt gedwee mee naar binnen, mochten ze besluiten tot aftroggeling or what zo ever dan schreeuw ik de hele boel bij elkaar, hahah, is gelukkig niet gebeurd hoor. Na een korte check en "tourist, Gallandia, no problem" van onze kant mogen we gelukkig onze reis vervolgen. Helaas gebeurd dit tafereel meerdere malen op een dag, dus wilden we zo snel mogelijk weer uit Tashkent weg. Helaas duurt de visumbureaucratie ook hier eindeloos en kunnen we pas na vier dagen weer terug naar Samarkand, met de trein dit keer, geen risico's!
Beide worden we in Samarkand verkouden met koorts, van de airco waarschijnlijk, dus na elkaar een paar dagen plat. De week in Samarkand vliegt zo om zonder dat we iets moois gezien hebben. Ons Uzbekvisum raakt aan z'n eind en de 30ste juni moesten we wel weer op ons ros stappen, in zo-zo gezondheid, om de grens met Tajikistan over te steken.
Na een half uur gedoe bij de Tajikse grens waarbij de beamte alle boeken had nageslagen of we echt geen dollars moesten betalen voor de fiets... (het is een fiets, geen motor...) mogen we eindelijk door.
Tajikistan begint met regen, een dikke onweersbui, maar wat is dat heerlijk verkoelend, na al die warmte. Gelijk over de grens beginnen de bergen en het uitzicht wordt met de kilometer boeiender. We genieten weer van het fietsen, de mensen groeten overal en een plekje vinden voor de tent levert geen enkel probleem op. We klimmen hoger en hoger, naar de pas van 3373m! Grillige bergen in de mooiste kleuren, zo groen ook overal, en zo klimmen we langs een rivier over asfalt, zandpaden, kinderkopjes, plassen... de kwaliteit van de weg (als je het zo nog kan noemen) laat af en toe zeer te wensen over, holderdebolder in het kleinste verzet ploeteren we door. Maar wat geeft dat een voldoening als je er zo'n prachtig uitzicht voor terug krijgt! De laatste 17km is loodzwaar, steil omhoog, over een weg die je geen weg meer mag noemen, na 4,5 uur arriveren we aan de top. Vanaf kwart over acht smorgens tot 17.30u in het zadel naar de top. De sneeuw is hier nog niet gesmolten en mogelijk smelt die hier wel nooit. Snel de jas aan en en duizend kilometer afdalen naar het eerst dorp om daar te kamperen. Alles doet zeer, na vier dagen bergop zijn de beenspieren zuurder dan zuur, de rug is volledig verkrampt, de schouder steken, we hobbelen nog anderhalf uur naar beneden, ook deze weg is nauwelijks een weg te noemen. Een vriendelijke boer wijst ons naar een idyllisch plekje aan de rivier. Z'n vrouw komt ons even later yoghurt en brood brengen, heerlijk. Snel nog ff soep koken, douchen en oogjes toe. Dag vijf rollen we naar Dushanbe, de hoofdstad van Tajikistan. Vandaag dagje rust, permit voor de Pamirs opgehaald en morgen bergettape twee, zo'n dag of negen naar Khorog om vandaaruit de passen van 4600m in de Pamirs te trotseren. Wat zal dat prachtig zijn. We kijken er naar uit. Tajikistan is prachtig, zo ruig, zoveel natuurschoon. En heerlijk koel, mogelijk wel wat koud nog op de top, we zullen zien. June 12 update Bukhara (Uzbekistan)Het is al weer wat weken geleden dat we voor het laatst een teken van leven gegeven hebben, maar de internet verbindingen hier in het verre oosten zijn van minimale kwaliteit en na een akkefietje met de politie in Iran wilden we daar ook niet mee te lang zitten.
Anyway, we hebben jullie achtergelaten in de bus van Rasht naar Esfahan en van daar zal ik deze update vervolgen (de hoogtepunten natuurlijk, anders wordt het een boek... alhoewel het nu ook vrij lang is geworden...).
De bussen naar Esfahan gingen alleen aan het eind van de middag wat maakte dat we erg ongustig midden in de nacht in Esfahan aankwamen. Gelukkig zat er weer een vriendelijke Mustafa in onze bus die ons uitnodigde met hem mee naar huis te gaan om daar de rest van de nacht bij hem uit te slapen en na de ochtend op zoek te gaan naar een hotel. Superattent van hem, en voor ons een zeer welkom aanbod. De volgende ochtend wilden Mustafa, z’n vrouw en hun dochter ons niet laten gaan voordat ze ons de stad hadden laten zien. En zo trokken we gevijven na een lekker Iraans ontbijtje Esfahan in. Een prachtige stad, heerlijke groene parken, met veel schaduw en gras om in te picknicken, iets wat Iraniers graag doen! In het centrum zijn de prachtige moskeen, pleinen, parken en bazaar allemaal binnen handbereik. De stad wordt tevens doorkruist door een rivier met prachtige bruggen die savonds romantisch verlicht zijn. Na een uitgebreid lunch (in Iran noemen ze dit lunch, maar het is gewoon het diner) wee bij Mustafa thuis namen we afscheid van hem en zijn gezin, maar niet voordat we hadden afgesproken om savonds bij de rivier elkaar weer te ontmoeten om met de rest van zijn familie daar te picknicken (hostage of hospitality ;). sAvonds volgens afspraak naar de rivier waar we door veel nieuwsgierige ogen werden aangegaapt. Met onze paar woordjes Farsi en handen en voeten voeren we kleine gesprekjes met Esfahaners totdat Mustafa ons gevonden heeft en meeneemt naar de plek waar zn familie verzameld is. Prachtig tafereel, vier generaties etend, pratend, lachend. We hebben een fantastische avond, welkom in Esfahan!
De volgende dagen vermaken we ons samen en er volgen meerdere prettige ontmoetingen met vriendelijke Esfahaners. We genieten van al het moois dat Esfahan te bieden heeft, de Moskee aan het Imam Khomeini plein, de Jameh (Vrijdag) Moskee waar je verschillende stijlen van verschillende periodes in een gebouw vindt, slenteren over de bazaar met zijn traditionele handgemaakte tapijten en vazen, langs de rivier, Jolfa de Armeense wijk met zijn Armeense Kathedraal enz. En dit alles in een stad die een erg prettige atmosfeer ademt met moderne, vriendelijke mensen.
Na Esfahan vervolgen we onze busreis naar Yazd, weer 6 uur met de bus naar het zuiden. Een erg religieuze buschauffeur jakkert ons naar de plaats van bestemming, stopt tot twee keer toe om te bidden langs de kant van de weg, maar maakt de verloren tijd goed door als een wilde iedereen van de weg te drukken en toeteren. Hoe vroom is dit?
Yazd is een woestijnstad, met alle huizen van zandsteen, muren besmeerd met modder. We belanden in een tot hotel omgebouwde caravanserei waar het heerlijk toeven is. De stad wordt door een ingenieus systeem van qanats (ondergrondse tunnels) voorzien van water. De qanats zijn veelal meer dan 500km lang, beginnen hoog in de bergen en zijn door mensenhanden gegraven. Bovengronds kun je ze herkennen doordat er om de zoveel meter een hoopje aarde er uitziend als een mierenhoop omhoog is gestuwd. Indrukwekkend stukje vakmanschap.
Na Yazd bussen we terug naar het noorden naar Kashan om daar nog een aantal traditionele Iraanse huizen te bekijken (mooi!) om vervolgens door te reizen naar Teheran waar het aanvragen van de visa kon beginnen. Om een lang verhaal kort te maken, het aanvragen van de visa voor Centraal Azie vraagt veel geduld, veel kromme tenen, veel dollars, veel papierwerk en enkele dagen tot weken wachten, maar het resultaat is dat als we Teheran velaten om terug te keren naar onze fietsen in Rasht we de trotse bezitters zijn geworden van een Uzbeeks visum en een Tajiks visum en dat het Turkmeense in de maak is, wat we op kunnen halen in Mashhad.
Herenigd met onze fietsen, maar doordat we danig in tijdnood zijn gekomen doordat de data van het Uzbeekse visum strak gehouden zijn aan een uitnodiginsbrief die we maanden daarvoor al hadden verzonden... zijn we gedwongen weer een bus te nemen richting het oosten. De busreis gaat via Gorgan naar Bojnurd, vanwaaruit we in twee dagen fietsen naar Quchan. sAvonds besluiten we nog even op internet te gaan kijken en de aanvraag van de vergunning te doen om de Pamirs te mogen fietsen in Tajikistan. Op het moment dat we een aantal gegevens aan het downloaden zijn komen er twee mannen bij ons staan en vragen waar we vandaan komen. Dit gebeurd regelmatig dus we kijken er niet vreemd van op. Het wordt vervolgens wel vreemd als ze onze paspoorten willen zien. Ten eerste laten we die niet zomaar aan iedereen zien en ten tweede hebben we die niet op zak met het oog op diefstal. Geen paspoort? Dan moet Joris maar even mee naar buiten komen. Ik blijf zitten, maar even later gebaart een man dat ik ook naar buiten moet. Dat we bezig zijn op de pc lijkt ze niet uit te maken, ze zijn politie, zwaaien met een legitimatie wat net zo goed het lidmaatschap van de plaatselijke bibliotheek kan zijn en dwingen ons naar buiten. Joris moet in een ongemarkeerde witte lada stappen, maar dat gaat mooi niet gebeuren. De man trekt aan zn ene arm en ik aan Joors andere en in geen geval laat ik hem in die auto stappen. Als ze zonodig willen dat we ons paspoort laten zien, dan lopen ze maar mee naar ons hotel. In het Farsi wordt een boel tegen ons gezegd en wij blijven in het Engels voet bij stuk houden dat we niet die auto in gaan. Een van de mannen komt vervolgens aanlopen met plastic tierap handboeien, ik gil alles bijelkaar, hoe meer omstanders hoe beter, is er dan verdomme nietmand die Engels spreekt?? Een oude baas dient zich aan en legt aan de mannen (inmiddels 6 man sterk!) uit dat we naar ons hotel willen lopen. Dat moet dan maar, maar wel met een voortdurende duw in Joors rug worden we de straten doorgeleid naar het hotel. Wat een gestoorde situatie, het lijkt wel of we criminelen zijn! Mustafa, de manager van ons hotel, kijkt met grote geschrokken ogen, als wij met de politie komen binnenlopen. Snel halen we de paspoorten tevoorschijn en Mustafa sommeerd ons naar onze kamer, let him do the talking. Ze willen kopien maken van ons paspoort en verdwijnen weer. Ruim een uur later wordt er op de deur geklopt. De politie heeft een Engelse docent van de universiteit gesommeerd ons uit te leggen dat er “no problem” meer is, “Sorry, but it is their work”.... Mijn God, lekkere manier van omgaan met toeristen, het geeft je te denken wat ze met verdachte Iraniers doen... De schrik zat er bij ons goed in en sorry alleen voelde niet voldoende, maar Mustafa maande ons tot stilte en het leek maar het beste om onze ongenoegens alleen nog maar tegen elkaar te uiten en niet meer tegen de politie. De rust keerde weder en we wilden zo snel mogelijk weg uit deze zwaar conservatieve plaats (alle vrouwen gaan gehuld in zwarte chador).
Vanuit Quchan hebben we de bus op en neer genomen naar Mashhad om ons Turkmeens visum op te halen. Net aangekomen in Mashhad ontmoeten we op straat Abbas, een carpetdealer. Hij nodigt ons uit om mee te komen naar zijn huis en familie om daar te lunchen en te slapen of eventueel na de lunch op zoek te gaan naar een hotel. Hij blijft aandringen en we hebben toch niks beters te doen, de Turkmeense ambassade is pas de volgende ochtend open dus besluiten we met Abbas mee te gaan. Fantastische kerel! Boeiende uitleg over tapijten, het verschil tussen handgeweven en machinale producten, hand- en fabrieksmatig geverfd, kilims, kurdisch en baluch... hij neemt ons mee naar z’n werkplaats waar we z’n dochter ontmoeten en hij laat ons veel verschillende werken zien. Daarna door naar de rest van de familie voor de lunch (dinerachtig), heerlijk! Z’n vrouw is een fantastische kok en zowel Abbas als z’n zoon spreken goed Engels. Abbas is de eerste Iranier die we ontmoeten die pro-regering is. Hij is dan ook erg anti-Israel en anti-Amerika en wil ons graag van zijn mening overtuigen. Interessante discussie volgen tot diep in de avond. We blijven de nacht daar en de volgende ochtend brengt z’n zoon ons naar de Turkmeense ambassade. Daarna moeten we naar Abbas z’n winkel komen in de bazar. Na enen hebben we het visum op zak en keren we terug naar de bazar, waar Abbas ons de rest van de middag op sleeptouw neemt langs z’n Afghaanse opzichtster en een aantal tapijtwevers, in een van de armere wijken van Mashhad. We kijken onze ogen uit. Boeiend en triest tegelijk als je bedenkt dat Abbas werken levert aan een aantal Europeaanse kopers die de werken voor het viervoudige in Europa verkopen en die veelal nog vragen om kortingen terwijl er hier onder barre omstandigheden precisiewerk wordt verricht, dat nauwelijk betaald wordt... We leren deze middag veel, in vele opzichten. Indrukwekkend, als we ooit een tapijt gaan kopen, dan gaan we hier zeker naar terug. Aan het eind van de middag belanden we weer in het huis van Abbas voor wederom een heerlijke maaltijd. De volgende ochtend wordt het tijd voor ons om weer terug te gaan naar Quchan, maar Abbas wil ons nauwelijks laten gaan. Hij lijkt beledigd als we nadat we de hele ochtend nog in zijn winkel in de bazar hebben gezeten om nog meer prachtige werken te aanschouwen afscheid willen nemen. Toch zetten we door en keren met de bus terug naar Quchan.
Via een prachtige weg door de bergen verlaten wij Iran. Gemengde gevoelens. Stel is blij dat ze dr hoofddoek eindelijk weer af kan, de gastvrijheid en vriendelijkheid van veel Iraniers is indrukwekkend, de regering en (geheime) politie geeft het een unheimisch tintje. Boeiende cultuur, fantastische gebouwen, prachtig handwerk, mooie steden. Fascinerend land. Maar we zijn blij als we aan de andere kant van de grens staan. Stempel hier en daar en op naar Turkmenistan!
Helaas is er een groep Turkmeense studenten voor ons bij de grens en hun bagage wordt volledig uitgeplozen, elke onderbroek wordt binnenstebuiten gekeerd en we zijn zo een uur verder voordat wij aan de beurt zijn. We bereiden ons voor op het ergste, maar niets is minder waar. Een korte check naar de hoeveelheid geld die je meebrengt, wapens en drugs en snelle blik in drie van onze tassen en “welcome to Turkmenistan”. Dat ging soepel.
We rollen de berg af naar Asghabat. De wolkenkrabbers lachen ons tegemoet. Turkmenistan is een wonderlijk land. Pesident Niyazov leidt aan grootheidswaanzin en probeert van Ashgabat het Manhattan van Turkmenistan te maken. Huizenblokken van arme Turkmenen gaan plat om er de meest posherige kantoorgebouwen voor in de plaats te zetten. Spiegelglazen, luxe entrees, watervallen, alles glimmend en goud en... zo dood als een pier, want de hele handel staat leeg!
Uiterlijke schijn, daar is de beste man goed in, overal staat z’n hoofd op afgebeeld: op televisie een gouden icoontje, op winkels, overheidsgebouwen en hotels z’n vriendelijk lachende gezicht. Hij heeft een standbeeld van zichzelf laten maken in goud dat met de zon meedraait, zodat z’n aangezicht altijd naar de zon toegericht is. Moet ik nog verder gaan? Het verschil met het platteland en deze pracht en praal is schrijnend, er is geen waterleiding, men poept op de poepdoos, de verscheidenheid aan producten is minimaal, witte kool voert de boventoon.
Helaas is het moeilijk om een toeristenvisum te krijgen voor Turkmenistan, en hadden we slechts zeven dagen transit om de 700km van Iran naar Uzbekistan te doorkruisen. In Ashgabat wisselt Joor geld op de achterbank van een zwarte lada met getinte ramen, waar het geld van onder de stoelen vandaan komt. Op de zwarte markt krijg je het viervoudige voor je dollars, dan als je naar de bank gaat. Vervolgens is het doorpezen in de verzengende hitte, temperaturen in de middag van boven de 40 graden. De weg is vlak en saai en voert langs kleine boerendorpen en door woestijnlandschap. We drinken liters water en nog steeds lijkt het niet genoeg, de urine is diepgeel. We fietsen tot Mary, kamperen vijf nachten langs de weg. Inkopen doen we in treurige Russische winkeltjes die leger dan leeg zijn. Tomaten en komkommers, dat is het rantsoen. Ik raak weer kilo’s kwijt.
Vanaf Mary besluiten we de trein te nemen naar Turkmenabad. Overdag gaat ie niet en we leggen aan de vrouw in het loket uit dat we dan wel snachts willen. We gaan weg met twee kaartjes voor 00.30u 9 juni. Beetje rondlummelen en eten in Mary en als het donker wordt wachten op het station. Het wordt drukker en drukker. Twee treinen naar Ashgabat, militairen die de mensen tegenhouden om in de trein te stappen en eerst de kaartjes willen controleren. Dan komt onze trein, een half uur te laat. De fietsen passen niet in onze coupe, wagon 11, en moeten bij de bagage helemaal vooraan. Daar blijkn we een “kwitantia” te moeten hebben... Die hebben we niet, maar de baas kan ons niet uitleggen hoe we daar aan komen, ondertussen wordt er dus niks ingeladen... Dan komen er nog wat mannetjes bij en niemand spreekt Engels. De trein wil vertrekken dus dan hup de hele lading toch maar in de bagagewagon. Rennen naar wagon 11, maar die is te ver en we worden gesommeerd in wagon 3 in te stappen. Dan begint een weerzinwekkende tocht door stampvolle, nauwelijks verlichte wagons met mensen overal, op de grond, slapend, zittend, zwetend, groezelig, donker, gecombineerd met de beelden van instappen onder militaire bewaking krijgen we Auschwitz flashbacks van onze Polenreis. Uiteindelijk aangekomen in onze wagon blijken onze plaatsen verzegd. Onze kaartjes zijn volgens de steward niet in orde... Volgens hem hebben we kaartjes voor de tiende... Das dus de volgende dag. Maar wederom wordt er geen Engels gesproken en wij spreken nog steeds geen Russisch en we worden naar de coupe van de stewards gebracht, eentje met twee bedjes. De ene steward is echter zwaar over de zeik en wil graag slapen en vindt dat wij maar uit de trein moeten, wij vinden van niet. Nadat we nogmaals zijn lastiggevallen dat we moeten betalen voor het bed, omdat onze kaartjes ongeldig zijn, maar wij onze onschuld blijven claimen mogen we na veel zessen en zevens het onderste bed houden en slapen we opgevouwen nog een paar uurtjes. Na deze onrustige nacht checken we in een hotel in Turkmenabad in en slapen, slapen, slapen de hele dag weg. Om vervolgens zaterdag 10 juni de grens met Uzbekistan te passeren. Gisteren zijn we in Bukhara, Uzbekistan gearriveerd. Nu drie dagen rusten rondkijken en daarna gaan we richting Samarkand. |
|
|||
|
|